< Home
> Wat is intervisie
> Artikelen intervisie
> Forum intervisie
|
INTERVISIE: TAAKGERICHT WERKEN OP BASIS VAN HET
PROCES
Jeroen Hendriksen
-Mijn zoon krijgt tijdens zijn stage op de HEAO met
een groepje studenten intervisie
van zijn stagedocent;
-Mijn tennismaatje heeft iedere vrijdagmiddag om 16.00
uur een intervisiebijeenkomst met zijn collega’s van
het lab om de agenda van de volgende week door te
nemen;
-Mijn buurvrouw die verpleegster is heeft iedere
veertien dagen een intervisiegroep o.l.v. de
afdelingsarts;
-Mijn zwager die bij de belastingen zit, moet
intervisie doen; hij doet dat met zijn collega’s
gezellig in het café op de hoek.
Werkproblemen bespreken met behulp van intervisie is
`in’, zowel in het bedrijfsleven als -al wat langer-
in de gezondheidszorg, welzijnswerk en het onderwijs.
Tegelijkertijd roept dat een soort begripsvervaging
op: intervisie als een containerbegrip waar alles in
of onder past. Zie boven. Alsof intervisie door een
begeleider ‘’gegeven’’ kan worden, alsof het om de
agenda gaat, alsof de baas het gesprek leidt en
intervisie in het café kan plaatsvinden…
Aan de ene kant duidt dat op de motivering om nieuwe
wegen voor professionalisering en
kwaliteitsverbetering te zoeken, aan de andere kant
roept de container het beeld op van vele
onvergelijkbare leertrajecten die naar Rome leiden.
Soms succesvol, vaak ook een weg vol keien en andere
hindernissen.
In dit artikel wil ik me concentreren op een precieze
omschrijving van intervisie en aangeven wat het nièt
is, maar vooral, wat het wèl aan mogelijkheden biedt.
Want met een goede structuur en een aantal duidelijke
afspraken kan intervisie heel wat bijdragen aan de
verdieping van het leren en de kwaliteit van de
professional.
Een praktijkvoorbeeld
De vergadering is afgelopen. Op de gang kom ik mijn
collega tegen. Hij gebaart hevig tegen me en moet
direct zijn verhaal kwijt. We lopend pratend in de
richting van de kantine.
"Wat mijn manager me nou toch weer geleverd heeft!"
roept hij opgewonden uit, "Werk ik die opdracht met
voorrang uit, lever een complete analyse en een plan
van aanpak er bij, zegt hij doodleuk dat het
waardeloos is. Dat ik de opdracht verkeerd heb
uitgevoerd en dat bijna alles overnieuw moet. Daar
gaat mijn weekend..."
We praten tijdens de koffie even verder. De gevoelens
van mijn collega zijn verward. Ik ken hem als een
zorgvuldig en precies werkend mens met een grote
drive. Maar zijn leidinggevende is ook niet dom. Hoe
zit dit werkprobleem in elkaar? We hebben geen tijd
meer om erover te praten, want we hebben allebei een
afspraak.
Veertien dagen later zien we elkaar in onze
intervisiegroep. Daar doet Gerard, mijn collega, zijn
verhaal nog eens opnieuw. Hij is nog steeds
geëmotioneerd. Hij vraagt zich af waar het fout is
gegaan; wat was zijn aandeel in het levensgrote
misverstand en wat had het met zijn leidinggevende te
maken?
We vragen hem uit over alle achterliggende oorzaken:
wat heeft dit probleem met hem zelf te maken, met het
team waarin hij werkt, met de context van zijn eigen
taakstelling en die van zijn chef. Overkomt Gerard dit
vaker? Zijn er bepaalde gedragspatronen zichtbaar te
maken?
Op het einde van de intervisiebijeenkomst verzucht
Gerard dat hij misschien niet goed geluisterd heeft en
zijn dagelijkse werk voorop wilde stellen omdat hij
een achterstand in het werk had. Hij wil in het
vervolg zo’n opdracht zwart op wit krijgen om
misverstanden te voorkomen en tussentijds feedback
vragen aan zijn manager.
Werkproblemen of werkvragen worden vaak geuit tijdens
een pauze, op de gang of thuis tijdens de maaltijd.
Vaak ook helemaal niet. Dan komt er geen oplossing, je
kunt je probleem niet voorleggen voor advies aan een
aantal vertrouwde collega’s en je leert niets over je
eigen werkaanpak en communicatiepatronen. Bij
intervisie gaat het dus over een werkprobleem dat
voorgelegd wordt aan een aantal collega’s met de vraag
het probleem te analyseren en van een mogelijke
oplossing te voorzien
Daarmee heb ik al veel gezegd over de kern van
intervisie. In een definitie, die ik ontleen aan de
recent verschenen herdruk van mijn boek "Intervisie
bij werkproblemen", luidt de omschrijving van
intervisie als volgt:
-er is sprake van collegiale ondersteuning
-en onderlinge advisering bij werkproblemen
-in een leergroep bestaande uit gelijken
-die binnen een gezamenlijk vastgestelde structuur
-tot oplossingen en inzichten tracht te komen
-in een zelfsturend en op reflectie gericht leerproces
Terugkijkend naar de statements boven dit artikel kun
je constateren dat er bij de HEAO-studenten geen
sprake is van een groep gelijken, want er wordt
begeleid door een docent; ook bij de verpleegster
staat een leidinggevende aan het hoofd van het
overleg. Deze voorbeelden zijn eerder werkbegeleiding
of coaching te noemen.
Bij de laboratoriummedewerkers gaat het om een
planningsbijeenkomst en niet om intervisie, terwijl
bij de belastingmedewerkers de van boven opgelegde
intervisie leidt tot het realiseren van heel andere
doelen...
Achtereenvolgens wil ik enkele elementen uit de
definitie nader toelichten.
Collegiale ondersteuning en advisering
De voorbeelden suggereren dat een intervisiegroep
bestaat uit een aantal collega’s van dezelfde
instelling met dezelfde discipline. Maar intervisie
kan ook georganiseerd zijn rond mensen van
verschillende disciplines en verschillende werkgevers.
De samenstelling hangt af van de doelstelling,
motivatie maar ook van praktische omstandigheden zoals
een organisatie die faciliteiten verschaft en deze
vorm van onderlinge ondersteuning in het
personeelsbeleid heeft opgenomen. In de praktijk is
zo’n groep meestal 6-8 personen groot.
Een intervisiegroep bepaalt gezamenlijk welke
werkvraag er aangepakt gaat worden. Je kunt dat doen
door een keuze te maken uit de verzameling van
werkproblemen van iedere deelnemer, maar je kunt ook
kiezen op grond van urgentie bijvoorbeeld omdat iemand
de volgende dag met het probleem geconfronteerd wordt
en graag een oplossing wil. Het bereiken van concreet
toepasbare resultaten en het krijgen van persoonlijke
aandacht voor je eigen hardnekkige werkprobleem
blijken bij navraag onder deelnemers de grootste
succesfactoren van intervisie te zijn.
Belangrijk is ook dat één van de groepsleden de
bijeenkomst leidt. Aan het eind van de
intervisiebijeenkomst wordt afgesproken wie de
volgende keer leidt, wie een bepaalde werkvorm
voorbereidt en of er huiswerk is voor de deelnemers.
Intervisie staat of valt met het maken van goede
afspraken, vooral als het gaat om aanwezigheid. Anders
wordt het frustrerend en vrijblijvend gerommel in de
marge en is de groep na een keer of twee opgeheven.
Leergroep van gelijken
Wanneer een aantal collega’s met intervisie gaat
beginnen is een sfeer van onderling vertrouwen
essentieel. Wat er in de groep ook gezegd wordt, het
blijft vertrouwelijke informatie. Het gevoel van
ruimte en vrijheid is van groot belang voor de
uitdieping van werkproblemen, je durft makkelijker een
confrontatie aan met je eigen onvolkomenheden en
verbeterpunten. Wanneer hiërarchie of carrière een rol
gaan spelen in de intervisiegroep is het vertrouwen en
de openheid weg. Met je manager in de groep zal het
niet lukken over je eigen kwetsbaarheden en
worstelingen te praten: je laat gewoon het achterste
van je tong niet zien.
Structuur
Er is een basisstructuur voor een
intervisiebijeenkomst. Deze ziet er in het kort als
volgt uit:
1.fase van de probleeminventarisatie
De leden van de intervisiegroep brengen hun
werkprobleem naar voren. Liefst kort en helder
geformuleerd in maximaal vijf zinnen. De groep maakt
een keuze voor het te behandelen probleem.
2. analysefase
De groep stelt informatieve vragen. Stel nooit
suggestieve, interpreterende of gesloten vragen want
dit brengt de probleeminbrenger in verwarring.
3. bewustwordingsfase
Een grondige analyse brengt de probleeminbrenger vaak
tot een herformulering van het probleem waarbij
meestal het eigen aandeel in het probleem geformuleerd
wordt. Of men formuleert een dieper liggend probleem
("dat ik steeds woorden heb met mijn chef komt omdat
ik eigenlijk een andere baan wil")
4. adviesfase
Alle groepsleden geven een advies t.a.v. het op te
lossen probleem. Het is aan de probleeminbrenger zelf
te kiezen voor welke oplossing hij of zij gaat. Uit de
adviezen kan ook een eigen perspectief groeien.
Adviezen hoeven niet altijd tot een directe oplossing
te leiden, maar kunnen ook stof geven om te
reflecteren op de achterliggende oorzaken.
5. evaluatie
De intervisiegroep evalueert de werkwijze, het
resultaat en maakt afspraken voor de volgende
bijeenkomst. Het is heel verstandig de volgende keer
nog even terug te komen op het eerder ingebrachte
werkprobleem en te kijken in hoeverre iemand er iets
aan gehad heeft.
Deze gespreksstructuur wordt in de praktijk vaak
ondersteund door het gebruik van specifieke methodes
zoals een incidentmethode of een krachtenveldanalyse;
in de gezondheidszorg vaker de Balintmethode of de
methode Raguse. Dat geeft een krachtige impuls om
gericht te werken naar een bepaald resultaat binnen
een bepaalde tijd, meestal 1,5 tot 2 uur.
Zelfsturing op resultaten
De leden van een intervisiegroep dragen zelf de
verantwoordelijkheid om hun probleemverkenningen tot
een goed eind te brengen. Het is een leertraject van
vallen en opstaan, onderzoeken en experimenteren.
Intervisie blijkt vaak leerwinst te geven alleen al
omdat een aantal collega’s rustig de tijd neemt om de
dagelijkse beslommeringen wat verder uit te diepen dan
een praatje in de kantine. Het geeft mensen middels
reflectie ook perspectief op nieuwe mogelijkheden en
gedragsverandering. De resultaten zijn soms heel
praktisch toepasbaar en toetsbaar, andere keren zet
het mensen aan het denken over hun diepere motieven en
gedragspatronen. Bij onderzoek naar resultaten van
intervisie wordt de volgende punten genoemd:
-leren doorvragen; vragen naar gedachten en gevoelens
-leren reflecteren
-eigen vaardigheden vergroten
-gemotiveerder werken
-het herdefiniëren van het oorspronkelijke probleem
Een plek om je probleem kwijt te kunnen, een
luisterend oor te vinden en gericht te werken aan
resultaten is feitelijk onmisbaar in instellingen die
de medewerker centraal stellen. Binnen een integraal
personeelsbeleid kan vervolgens een doordachte
afweging gemaakt worden tussen bv. coaching,
werkbegeleiding, intervisie en andere vormen van
ondersteuning van medewerkers.
Begeleide intervisie
De laatste jaren is "begeleide intervisie" in opkomst.
De achterliggende gedachte hierbij is dat niet
iedereen zomaar kan deelnemen aan een intervisiegroep,
omdat er te weinig ervaring is met dit soort
groepsprocessen die op communicatieve vaardigheden
gebaseerd zijn. Een (extern) begeleider helpt om
vertrouwen, een goede communicatie en oefening in het
gebruik van methodes op te bouwen. Na een aantal keren
(in mijn eigen trainerspraktijk meestal een keer of
zes) kan een groep redelijk zelfstandig verder. Het
geeft wel een gevoel van zekerheid dat men terug kan
vallen op de begeleider voor adviezen of een
gezamenlijke training om weer een stap verder te
maken. In grotere organisaties kan er een soort
steunpunt ontwikkeld worden op de afdeling
personeelszaken. De afspraken kunnen in een soort
werkcontract vastgelegd worden. Uiteraard is het
steeds de opzet dat de begeleider zich overbodig maakt
omdat je anders niet echt met intervisie bezig bent
maar in feite met een trainings- of coachingstraject.
De kern van intervisie: het zelfstandig problemen
oplossen, wordt dan losgelaten.
Valkuilen van intervisie.
Intervisie is gebaseerd op de natuurlijke wijze van
oplossen van problemen (problem solving).
Je kunt dat ook de leercyclus noemen. Leren van
ervaringen, reflecteren op die ervaringen door middel
van onderzoek, mogelijke adviezen ontwikkelen, een
keuze maken voor de toekomst en middels een actieplan
en dan experimenteren met nieuw gedrag. Er zitten
echter enkele bottlenecks in deze op het oog
begrijpelijke en eenvoudige leercyclus. In de eerste
plaats kan het zijn dat de groep te weinig doorvraagt
op het probleem en onvoldoende materiaal voor
reflectie verzamelt. Reflectie wil in dit verband
zeggen: onderzoeken van motieven en omstandigheden.
Vaak worden de omstandigheden (de technische,
feitelijke kant van het probleem) wel onderzocht, maar
de persoonlijke motieven (waarom doe je dat, wat
levert je gedrag je op, hoe ervaar je dat, hoe voelt
dat?) blijven achterwege. Als er onvoldoende
doorgeprikt is op het probleem houdt dat in dat er
onvoldoende materiaal op tafel ligt voor de fase van
herformulering, misschien wel de belangrijkste
interventie bij intervisie.
Pas wanneer de vraag achter de vraag helder is (in het
bovenstaand voorbeeld zou Gerard kunnen gaan begrijpen
dat zijn probleem met zijn manager bijvoorbeeld iets
zegt over zijn eigen luistergedrag of over zijn
subassertieve houding tegenover zijn manager), kan een
goede oplossing gezocht worden.
Een tweede valkuil van intervisie is in mijn ervaring
het gebrek aan aandacht dat er gegeven wordt aan de
fase van het formuleren van het actieplan waarmee de
probleemeigenaar echte resultaten kan gaan neerzetten.
Het is (niets menselijks is ons vreemd) alsof in
intervisiegroepen de flow eruit is als men zijn advies
gegeven heeft. Een gemiste kans.
Tot slot
Intervisie is een werkwijze, gericht op het oplossen
van individuele werkvragen, die steeds meer aandacht
krijgt in brede kringen van bedrijfsleven,
gezondheidszorg en welzijn. De grootste troef van
intervisie is het aandacht geven aan elkaar: het
afspreken van een vast moment om in alle rust en
ruimte te praten met elkaar, maar wel met de
doelstelling een probleem van een oplossing te
voorzien. Dus niet vrijblijvend. Dat stelt hoge eisen
aan de deelnemers omdat je je moet houden aan een
aantal afspraken: op tijd zijn, het gesprek leiden,
een methode voorbereiden. De resultaten zijn
natuurlijk sterk individueel gebonden, want leren
betekent in de kern: gemotiveerd zijn, een werkvraag
willen voorleggen, durven onderzoeken en jezelf ook
als persoon willen inbrengen in het intervisiegesprek.
Dat vraagt eigen inzet, verantwoordelijkheid en
keuzes: de echte zelfsturing.
verder lezen:
Jeroen Hendriksen, Intervisie bij Werkproblemen.
Procesgericht en taakgericht problemen oplossen.
Nelissen, Soest, 12e druk 2005.
Jeroen Hendriksen, Werkboek Intervisie. Nelissen,
Soest, 2005, 3e druk.
VIJF VUISTREGELS VOOR HET OPSTARTEN VAN INTERVISIE
1. Maak eerst verwachtingen en doelstellingen van
intervisie duidelijk
2. Maak goede werkafspraken: wie begeleidt, wie
bereidt voor, huiswerk?
3. Leg alle afspraken vast in een (formeel of
informeel) contract: aanwezigheid, tijdsduur, rust en
ruimte
4. Volg desgewenst een training in intervisie of laat
je intern begeleiden bij de opstart
5. Nooit met je leidinggevende in een intervisiegroep!
Jeroen Hendriksen(1945) werkt als zelfstandig
organisatieadviseur, trainer en coach. Hij is van
oorsprong fysiotherapeut. Tijdens zijn studie sociale
pedagogiek kwam hij in aanraking met intervisie,
hetgeen resulteerde in een eerste boek over het
oplossen van werkproblemen met intervisie. Als docent,
en later als directeur in het Middelbaar
Beroepsonderwijs, heeft hij zich beziggehouden met
ontwikkeling, implementatie en borging van intervisie
in organisaties.
Momenteel is zijn passie personal coaching en
teambuilding. Daarnaast houdt hij zich bezig met
intervisiebegeleiding op locatie en biedt hij een
driedaagse cursus aan voor begeleiders van
intervisiegroepen.
Behalve over intervisie redigeerde hij samen met Arjan
de Wit een boek over themagecentreerde interactie,
schreef hij over collegiale consultatie en publiceerde
hij recent een boek over de leerstijlen van Kolb.
|
Verder lezen
Jeroen Hendriksen, Intervisie bij Werkproblemen.
Procesgericht en taakgericht problemen oplossen.
|