< Home
> Wat is intervisie
> Artikelen intervisie
> Forum intervisie
|
Over emoties en gevoelens in de
intervisiegroep
Door Jeroen Hendriksen,
Gepubliceerd in Councelling Magazine, augustus
2010,
jaargang 1/3
In dit artikel ga ik ervan uit dat het fenomeen
intervisie genoegzaam bekend is onder counsellors;
voor velen is het zelfs een verplichting vanuit hun
beroepsvereniging om deel te nemen aan een
intervisiegroep. Met dit artikel over gevoelens en
emoties in de intervisiegroep beoog ik een verdieping
aan te reiken m.b.t. de bestaande praktijk. Immers,
het collegiaal bespreken van lastige ervaringen in je
werk en het onderzoeken van de rol van je eigen
persoon daarin als instrument bevordert de kwaliteit
van het werk. Ruimte maken om echt door te vragen op
de ingebrachte kwestie levert meer inzicht en
leermateriaal op wanneer uitdrukkelijk de gevoelens en
emoties van de probleemeigenaar bevraagd worden, is de
stelling die ik hieronder uitwerk.
Recent wetenschappelijk onderzoeksmateriaal wijst op
het belang van het bespreken van emoties en gevoelens,
of het nu bij leren is, bij coaching, therapie of
intervisie. In mijn observaties lopen
intervisiegroepen om meerdere redenen vast in het
benoemen en bespreken van emoties en gevoelens. Het is
toch juist de meerwaarde die intervisie te bieden
heeft! Tijd om te analyseren wat er gezegd wordt in
zulke groepen, hoe emoties en gevoelens genegeerd
kunnen worden en wat nuttige handvaten zijn om dit
gesprek juist wel te hebben.
In deze bijdrage bespreek ik enkele herkenbare
situaties in intervisiegroepen om vervolgens als een
theoretisch intermezzo in te gaan op het
wetenschappelijk denken over emoties en gevoelens. Ik
sluit af met een aantal suggesties ter verbetering van
het intervisiegesprek.
De praktijk
Een voorbeeld:
´ Schei nou eens uit, jullie doen alsof al die ellende
allemaal aan mij ligt!´
Joan barst opeens uit met een stem vol wanhoop. Of is
het woede! Haar collega´s in de intervisiegroep
stellen haar vragen, veel vragen, open en gesloten
vragen, suggestieve vragen soms. Ze zijn enorm
betrokken bij de casus van Joan, ze willen haar
helpen.
Joan geeft later in het gesprek aan dat ze zich door
dat spervuur van vragen ontzettend benauwd voelde
worden. En heel klein. Luisterde er nog wel iemand
naar haar? Kon ze haar eigen verhaal nog wel
vertellen? Iedereen kon toch snappen dat het niet aan
haar lag dat ze in de problemen zat met haar cliënt?
Waarom dan dit spervuur, deze beschuldigingen?
De gespreksleider reageert door aan de deelnemers te
vragen niet te persoonlijk te worden…
Een tweede voorbeeld.
´Heerlijk dat jullie zo achter me staan, ik voel me nu
helemaal gesteund!’
Benno is heel positief over de uitkomst van deze
intervisiesessie. Hij voelt zich gehoord en gezien,
hij heeft waardering voor het kritisch doorvragen van
zijn collega´s en hij voelt zich krachtig genoeg om
zijn probleem op te lossen.
Tot zijn verrassing stelt de gespreksleider voor een
roddelrondje te doen, want het verhaal van Benno is te
mooi voor woorden. Ze checkt haar intuďtie: er
ontbreekt iets in het onderzoek van de werkvraag. Dat
wordt gedeeld door de deelnemers. Benno wordt in de
roddelronde geraakt door de opmerking ´Dit is nou echt
Benno, hij wil over zijn cliënt praten, maar niet over
zichzelf, zijn eigen aandeel in dit probleem. Hij
voelt zelf weer niks!´
Wat vertellen deze voorbeelden?
Bij Joan ontstaat er een gevoel van onbehagen, op zijn
zachtst gezegd, over de wijze van vragen stellen. Ze
krijgt niet de kans door te dringen tot haar eigen
ervaringen en emoties bij het onderzoeken van haar
casus. Rust en ruimte ontbreken; de betrokkenheid van
de collega’s op haar casus is erg groot en dat kan een
onderzoek dat aandacht heeft voor alle aspecten van
het probleem in de weg staan. Joan barst uit en geeft
daardoor tegelijkertijd zicht op wat haar dwars zit.
De gespreksleider negeert deze emotionele uitval en is
op zoek naar een minder beladen gedachtewisseling.
Werken met een roddelrondje tijdens intervisie (om een
patstelling te doorbreken) geeft vaak aan dat de
verdedigingsmechanismen van de probleemeigenaar zo
groot zijn dat er geen inzicht is in de eigen
blokkades en vastgelopen patronen. De analyse lijkt
klip en klaar, de probleemeigenaar is verheugd over de
uitkomst, maar…het onbehaaglijke gevoel van de
deelnemers vertelt tot Benno’s grote schrik iets
anders.
Het ‘menselijk onvermogen’ om in zo’n groep de juiste
vragen te stellen en door te vragen is een rem op het
onderzoek naar de werkelijke aard van het probleem.
Deelnemers schrikken er voor terug, weten de juiste
vraag niet te formuleren, durven dat niet of weten
niet precies hoe ze dat moeten aanpakken. Hoog
opgeleid, therapeut of hulpverlener, dat maakt niet
uit in mijn waarneming. De rol van de gespreksleider
(één van de deelnemers) die de juiste interventie weet
te plaatsen is essentieel, dat kan ik zeggen vanuit
mijn eigen ervaring als deelnemer aan een
intervisiegroep. Als deelnemer word je te vaak
meegezogen in de dynamiek van het moment. De
gespreksleider kan meer reageren vanuit de
helikopterview.
Emoties en gevoelens
De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum omschrijft
in haar standaardwerk over menselijke emoties ‘als
intelligente gedachten over de wereld’. Iedere emotie
heeft een kern van kennis in zich, is daarmee altijd
ook rationeel van aard. Dat is nodig om de
ervaringskennis die in de emotie zit te expliciteren.
Ervaar een emotie (woede bijvoorbeeld) en ga na welke
waardevolle kennis over jezelf en de wereld gepaard
gaat met deze emotie. Het beschrijven van zo’n emotie
houdt in dat een aantal gevoelens onder woorden
gebracht wordt. Nussbaum en anderen, bijvoorbeeld
wetenschappers uit de sfeer van het hersenonderzoek
zoals Antonio Damasio, onderscheiden emoties van
gevoelens. Dat heeft een reden. Emoties zoals woede,
angst, pijn, verdriet, schaamte, vreugde en liefde
zijn de kernbelevingen die met velerlei gevoelens
beschreven kunnen worden. In bovenstaande voorbeelden
uit de intervisiegroep komen boosheid, angst en
vreugde aan bod. De gevoelens die bij de emoties horen
voegen op zich niets toe aan de aanwezige emotie, maar
verduidelijken deze. De neuroloog en publicist Antonio
Damasio, die door Nussbaum ook aangehaald wordt, zegt
op basis van zijn hersenonderzoek hetzelfde: de emotie
bevat zoveel kennis, gevoelens en ervaringen dat de
emoties in feite onze beslissingen regelen en niet
onze puur rationele afwegingen van voor en tegen,
zoals veel (oudere) wetenschappelijke literatuur ons
altijd deed geloven. Het hedendaagse denken over ons
brein stelt zich volgens hoogleraar en onderzoeker Ab
Dijksterhuis ook op dit nieuwe standpunt.
Voor alle duidelijkheid: Nussbaum stelt dat haar
opvatting over emoties cognitief van aard is.
Emoties bevatten volgens haar oordelen over de waarde
van hun object. Zij illustreert dit met een prachtig
en uiterst leesbaar hoofdstuk over het lijden en de
dood van haar eigen moeder en welke emoties en
gevoelens, dus kennis en oordelen, dit bij haar
oproept. De oordelen (ook de hare!) zijn vaak moreel
van aard (dit is goed, dat is slecht). We kunnen er
daardoor ook naast zitten, want niet alle oordelen
kloppen met de werkelijkheid om ons heen. Dat vraagt
vervolgens om reflectief denken over eigen emoties en
oordelen. We kunnen dan tot weloverwogen keuzes komen.
Terug naar de intervisiegroep. Aandacht voor
emotionele en gevoelsmatige aspecten van een casus
houdt in dat we de kern van het probleem bevragen. De
vraag die dan gesteld wordt luidt bijvoorbeeld: op
welke emotie loopt een oplossing vast? Of: welke
oordelen en welke gevoelens staan nieuw gedrag in de
weg? Als over deze vragen helderheid ontstaat, groeit
er eerder een haalbaar perspectief voor de oplossing.
De groep praat reflectief over die zaken waar het echt
om gaat met het oog op gedragsverandering van de
probleemeigenaar zelf. Bij intervisie gaat het om
diens persoonlijk gedrag en het leren daarvan om tot
nieuw gedrag (kwaliteitsverbetering) te komen.
Handelingsmogelijkheden voor de intervisiegroep
1. Gebruik rust en ruimte tijdens het gesprek.
Natuurlijk zijn er feiten nodig rond een probleem,
maar buig het gesprek tijdens de onderzoeksfase na
verloop van tijd in de richting van emotionele en
gevoelsmatige aspecten. Soms is het handig om dit als
een tweede onderzoeksronde aan te kondigen. Vraag naar
gevoelens, maar onderzoek ook de achterliggende
emoties.
2. Vraag door en hou dat vol. Neem geen genoegen met
een feitelijk nietszeggend antwoord. Daar is durf voor
nodig. Accepteer niet dat je intervisiegroep zich in
de comfortzone bevindt.
3. Machtig de gespreksleider om expliciet te letten op
het doorvragen en dit te bevorderen. Natuurlijk worden
aangegeven grenzen gerespecteerd, maar zie ook onder
ogen dat juist in het grensgebied van enige
ongemakkelijkheid het meest geleerd kan worden.
4. De probleemeigenaar geeft vaak in sleutelwoorden
aan dat er een diepere laag achter zijn/haar woorden
ligt. Gebruik zulke sleutelwoorden (het was ‘heftig’;
wat betekent heftig voor jou?)
5. gebruik een open werkmethode voor de bijeenkomst of
een methode die heel specifiek inspeelt op het
onderzoeken van de rol van emoties en gevoelens (de
methode Raguse of geweldloze communicatie)
6. vraag iemand van buiten de intervisiegroep om
feedback te geven op de wijze van omgaan met emoties
en gevoelens. Of neem je sessie op video op.
Literatuur
Damasio Antonio (2003). Het gelijk van Spinoza.
Vreugde en verdriet en het voelende brein.
Wereldbibliotheek Amsterdam.
Dijksterhuis, Ab.Het slimme onbewuste. Denken met
gevoel. Bert Bakker, Amsterdam, 2008.
Nussbaum, Martha (2006-3). Oplevingen van het denken.
Over de menselijke emoties. Ambo, Amsterdam.
Hendriksen, Jeroen (2009). Handboek Intervisie.
Nelissen, Amsterdam.
Jeroen Hendriksen heeft een eigen praktijk
als trainer en coach. Hij is opleider aan Dč
Intervisie Academie (www.de-intervisieacademie.nl ).
Hij schreef meerdere boeken over intervisie en
begeleiding w.o. recentelijk het Handboek Intervisie.
Binnenkort verschijnt Organisatieopstellingen bij
Intervisie, geschreven samen met Anja Brasser.
|
 |