< Home
> Eerdere columns |
Toverbergen
Ooit was ik in Davos om als jong fysiotherapeut een week
stage te lopen in het toenmalige Astmacentrum. Later ben ik er
nog verschillende keren geweest om te skiën. Ik heb bijzondere
herinneringen aan dorp en berghellingen. Daarom was het een
feest van herkenning om de roman van Thomas Mann, de Toverberg,
(1924) te lezen.
Hans Castorp, de hoofdpersoon uit dit beroemde boek, komt aan
in Davos en wil daar een poosje verblijven om tot rust te komen.
De jonge Hans logeert in de plaatselijke longkliniek samen met
zijn zieke neef Joachim. Op zekere avond, na het diner,
onderneemt hij helemaal alleen een wandeling.
‘Hij volgde naar links, in de richting van het plaatsje, een pad
dat vlak liep en daarna omlaag voerde. Hoogstammig naaldbos nam
hem op, en terwijl hij het doorkruiste, begon hij zelfs weer een
beetje te zingen, zij het ook voorzichtig en al knikten zijn
knieën tijdens de afdaling nog bevreemdender dan daarstraks.
Maar toen hij onder de bomen uit kwam, ontvouwde zich plotseling
tot zijn verrassing een schitterend panorama voor zijn ogen, een
intiem besloten landschap van tegelijk vredige en grootse
schilderachtigheid.
In een vlakke steenachtige bedding stortte een bergbeek van de
steile wand recht omlaag, schoot bruisend over terrasachtige
formaties rotsblokken en stroomde vervolgens kalmer verder naar
het dal, pittoresk, overbrugd door een vonder met rechttoe
rechtaan getimmerde leuning. De grond was blauw van de
klokvormige bloempjes van een heesterachtige plant, die hier
welig tierde. Plechtstatige sparren, reusachtig en gelijkmatig
van bouw, stonden afzonderlijk en in groepjes zowel op de bodem
van de kloof als ook tegen de bergwanden op, en een daarvan, die
vlak naast de stortbeek schuins in de helling wortelde, hing
scheef en bizar voor het tafereel. Een ruisende verlatenheid
waarde door de riante, eenzame plek. Aan de overkant van de beek
ontwaarde Hans Castorp een rustbank’.
Toevallig of niet, de tekst is haast een echte visualisatie.
Thomas Mann kan ermee bekend zijn, want de Zwitserse psychiater
Carl Jung, die visualisaties gebruikte, was een tijdgenoot. In
een visualisatie ontwikkel je beelden tussen bewustzijn en het
onderbewuste in. Herinneringen, inzichten, gedachten worden
opgeroepen door bijvoorbeeld rustig op een bankje te gaan zitten
en, onder leiding, contact te leggen met het onderbewuste. De
coach neemt zijn maatje mee op reis.
Ga maar eens op een bankje zitten, aan de rand van het bos,
met de zon in je gezicht. Ik neem als voorbeeld de visualisatie
van de berg. Spreek –als coach- onderstaande tekst rustig en met
tussenpozen uit.
Haal rustig adem, voel je ontspanning.
Je voelt ruimte ontstaan in je buik, in jezelf.
Je staat aan de rand van een bos; de dag is net aangebroken.
Voor je zie je een berg met een lang en bochtig pad naar omhoog.
Je besluit via het pad de berg te beklimmen.
Wees je bewust van je voetstappen, van je ademhaling, je
beenspieren, je ogen.
Er ligt een steen op het pad. Bekijk de steen.
Hoe groot is hij, welke kleur heeft hij, wat heeft hij te
betekenen.
Luister met je innerlijk naar de steen, hij heeft een boodschap.
Vervolg je pad.
Nu kom je op de boomgrens. Je kijkt naar de laatste boom.
Groot, sterk, diep geworteld in de aarde is hij. Met een mooie
energie.
Verbind je met de boom, identificeer je met de boom.
Bedank de boom voor wat je mocht ondervinden.
Over zwaar en stel terrein loop je verder, tot je een grot ziet.
De grot is verlicht, er staat een bed in. Ga er op liggen.
Voel de betekenis van deze grot voor jou.
Als het goed voor je is vervolg je je pad naar de top van de
berg.
Je komt bijeen bergmeer. Het water is spiegelend glad.
De kleuren variëren van turkoois tot geel en rood.
Spiegel je gezicht in het water en zie je oorspronkelijke
wijsheid in je ogen.
Het ritstelt in de struiken. Je ziet een krachtdier, een dier
dat staat voor jouw energie.
Het dier komt bij je liggen. Je voelt je veilig. Je kunt het
dier aanraken.
Het is nacht geworden. Sterren en maan schijnen aan de hemel.
Licht genoeg om terug te lopen. Je voelt hoe de maan naar je
glimlacht.
Beneden aangekomen zie je het ochtendgloren.
Er komt een vrolijk, blij kind op je af en je realiseert je dat
je dat zelf bent.
Het is je innerlijke kind. Wat zegt het tegen je?
Alles voelt weldadig, je lijf, je geest. Geniet er van.
Kom dan terug in het heden door diep te ademen en je uit te
rekken.
In de nabespreking van zo’n visualisatie is ruimte voor
verwondering erg belangrijk.
Steen, boom, grot en water vertellen hun verhaal, evenals het
innerlijke kind.
Een wandelmaatje zei eens: ‘Nu kan ik pas het landschap echt
zien, het is alsof mijn ogen open zijn gegaan.’ Een ander zei
helemaal niets.
Ik heb de tekst in mijn rugzak zitten, want zo’n moment om er
mee te werken is er opeens. Of niet. Ik ken de tekst inmiddels
uit mijn hoofd, kan me ook laten inspireren door wat ik zie en
er een wandeling door de tuin en door het bos van maken. Op het
eind van de wandeling staat er dan een muur met een gesloten
poortje. En als het poortje open is zie je je wensdroom…
En Hans Castorp? Hij krijgt een fikse neusbloeding. Daarvan
bijkomend overvalt hem een herinnering aan zijn schooltijd, die
hem doet denken aan een droom van enkele nachten geleden. Het is
hem of hij echt in zijn herinnering aanwezig is, al kan hij de
gebeurtenis nog niet direct duiden.
Thomas Mann, De Toverberg (1994/9), De Arbeiderspers,
Amsterdam. Vertaling Pé Hawinkels.
Ko Vos en Fransje de Jongh (2005-2), Werkboek visualiseren.
Beeldtaal uit het onderbewuste. Sigma Press, Tilburg.
|
|