Jeroen Hendriksen
 
intervisie en coaching

   Cattepoelseweg 2 | 6821 JW Arnhem | T 026 443 2471 | M 06 2039 9366


Terug
Home

Stuur mij bericht als het boek Intervisie en organisatieopstellingen is verschenen.
 

Voorpublicatie

Intervisie en organisatieopstellingen

We hebben de intervisievraag uitgekozen. Selma, beleidsmedewerker van een grote landelijke organisatie is aan het woord.
‘Ik heb mijn vraag niet zo duidelijk’, zegt Selma, ‘het is ingewikkeld. Ik werk in een grote landelijke organisatie waarin politiek een grote rol speelt. Alle managers zijn strategen, op macht en invloed belust en politiek betrokken. We worden van buiten door de politiek beoordeeld en ook onze doelgroep staat politiek-maatschappelijk in de belangstelling. We zitten midden in een reorganisatie. Ik ben gepolst voor een functie als manager en in vertrouwen is mij toegezegd dat als ik solliciteer ik het ook worden zal.
Maar hoe zal ik me voelen als ik het word, als enige vrouw tussen al die mannen, beter gezegd: waar begin ik aan? Moet ik deze stap wel zetten, ik twijfel ontzettend.’
In een kort gesprek tussen begeleider en Selma worden de ‘spelers’ in het veld bepaald. Allereerst Selma zelf, dan haar doelgroep, het management, het landelijk bureau, de subsidiegevers en tot slot ‘de nieuwe functie van Selma’. Selma vraagt zelf mensen uit de groep om de personen of groeperingen uit het verhaal op te stellen. Ze ordent deze representantenin de ruimte tot ze volgens haar goed staan.
Wat valt op?
Ze (d.w.z. de vrouw die haar vertegenwoordigt in de opstelling) kan het landelijk bureau, de politiek en de subsidiegevers niet echt zien. Wel heeft ze contact met haar doelgroep en haar nieuwe functie. Het landelijk bureau is erg onrustig, de vrouw die dit vertegenwoordigt voelt zich misselijk worden en kan haar plek niet vinden. De vrouw die haar nieuwe functie vertegenwoordigt staat niet goed, wil beslist een andere plek. Alle representanten zoeken vervolgens zelf een nieuwe plek. Selma, die aan de rand van de opstelling toekijkt, wordt gevraagd wat ze er van vindt. Selma vindt de opstelling zeer herkenbaar voor wat zich in de praktijk voltrekt: onrust, reorganisatie, ze kan niet alles overzien, management en bureau zijn ver weg. Daarna wordt aan de representanten gevraagd hoe zij zich voelen; dat leidt opnieuw tot verschuivingen in de opstelling.
Langzaam maar zeker beweegt de opstelling zich naar een nieuw evenwicht. Ook het landelijk bureau wordt rustiger, de nieuwe functie van Selma staat stevig in het midden en rechts van de echte Selma die in de opstelling is komen staan. Aan haar vrouwelijke kant. De nieuwe balans in de groep representanten is treffend; Selma kan nu ook –zeker in haar nieuwe functie- in contact zijn met enerzijds de directie en anderzijds de doelgroep. Ze is zelf onder de indruk van de beweging in de groep en van de reacties van de representanten. We nemen pauze om alles even te laten zakken.

Na de pauze formuleert Selma als haar reflectie: ik heb ontdekt dat ik wel graag in het midden sta en alles en iedereen overzie en er contact mee heb. Maar ik ben zo bang dat het ten koste van mijn contact met de doelgroep gaat, dat ik er echt eentje van het management word, koel, berekenend en strategisch. Maar als ik het niet doe, wie dan? Weer een man? Mijn vraag heeft alles met kiezen en met durven te maken.
De intervisiegroep stelt vragen. De vragen hebben vooral te maken met de gevoelsbeleving van Selma als ze voor deze baan wil gaan. Kan ze in deze baan gelukkig worden? Werkt ze net als de politieke mannen of anders, wat is haar nieuwe inbreng als vrouwelijk manager?
Voelt ze zich inhoudelijk sterk genoeg? Hoe kan ze het contact met de doelgroep bewaren?
Veel vragen om de reflectie te bevorderen, geen tips of tools, maar een zoektocht naar de kern van de vraag. Het wordt een zoektocht naar haar roeping in dit leven en zo’n vraag hoeft niet onmiddellijk van antwoorden voorzien te worden. Selma vraagt een vrouw en een man uit de kring om een vervolggesprek mee te hebben. Ze gloeit van daadkracht en enthousiasme.
‘Ik weet nu dat ik deze baan echt wil,’ zegt ze, ‘En dat het me gaat om de invulling, daar zit mijn kracht. Daar wil ik het met mijn nieuwe coaches over hebben’

Er gebeurt zo veel in een organisatieopstelling, dat het soms moeilijk is te focussen op de kern van de vraag, vindt Selma tijdens de nabespreking. En voor de ‘kijkers’ is het lastig bij de vraag van Selma te blijven en niet onmiddellijk met allerlei vragen en interpretaties over de opstelling aan de gang te gaan en de begeleider te bedelven onder de vragen. Na afronding van de intervisie wordt er tijd ingeruimd om meer theoretisch terug te blikken, te ‘snappen’ wat er gebeurd is en alles een plek te geven.

Jeroen Hendriksen